Kwaliteit

Kwaliteit

De kwaliteit van onze school wordt bepaald door verschillende aspecten. Al deze aspecten zijn even belangrijk en vormen samen onze kwaliteitszorg. Door op een onderdeel te klikken vind je meer informatie over waar we staan, wat onze ambities zijn en hoe we daar willen komen. Onze plannen en ambities komen ook terug in het school- en/of jaarplan. Deze vind je op de pagina onze school.

Cliëntervaringsonderzoek (CEO)

Om de tevredenheid van ouders, leerlingen, medewerkers (bv. leraren, onderwijsassistenten) en onze specialisten (bv. logopedisten, taalkundigen, orthopedagogen) in kaart te brengen, wordt elke twee jaar het cliëntervaringsonderzoek (CEO) afgenomen. Alle medewerkers, specialisten, ouders en leerlingen (vanaf groep 5) ontvangen digitaal een vragenlijst met vragen over ons onderwijs.

 

Onderwerpen waar vragen over gesteld worden zijn: onderwijs, begeleiding, ontwikkelingsperspectief, veiligheid, sociale veiligheid, communicatie, ouderbetrokkenheid en procedures. De beste beoordeling die gegeven kan worden is een 4, de minste beoordeling is een 1. Hieronder zijn de resultaten van het CEO van 2019 te zien.

Na afloop van het onderzoek organiseren wij een stakeholderreview. Dit is een gesprek waarbij de teamleiding van de school in contact komt met de medewerkers, specialisten en ouders om de resultaten te bespreken. Aan de hand van dit gesprek wordt bepaald waar de school staat, waar we willen staan en hoe we daar komen.

 

Naar aanleiding van het vorige onderzoek, zijn een aantal actiepunten opgesteld. Zoals het bevorderen van ouderbetrokkenheid en extra inzet op het pragmatisch gebruik van NGT, NmG, Doorbraak en Rekentaal. Uit het onderzoek van 2019 blijkt dat de leerlingen graag naar school gaan, er goede begeleiding is en de leraren goede gebaren maken. Daarnaast zijn de medewerkers positiever geworden ten opzichte van vorig jaar over de ouderbetrokkenheid.

 

Door met elkaar in gesprek te gaan, kunnen de juiste actiepunten worden geformuleerd. De volgende actiepunten zijn naar aanleiding van het stakeholderreview opgesteld:

 

  • Tijdens de ouderavond wordt een agendapunt over de verwachtingen van ouders over spraakontwikkeling en taalbegrip opgenomen.
  • Bij de SEV-lessen aandacht voor de stellingen “ik voel mij gepest” en “ik heb het naar mijn zin”. Daarnaast ook aandacht voor de locatie waar leerlingen zich veilig of minder veilig voelen, zoals de school, de taxi of thuis.
  • Het stimuleren van leerlingen om hun doelen te bereiken wordt opgenomen in het meerjarenschoolplan.

 

Onze ambitie is dat alle leerlingen van de Dr. M. Polanoschool in staat zijn om de vragenlijst in te vullen. Dit doen wij door gebarenfilmpjes te laten maken. Wanneer een of meerdere leerlingen zich aangeven niet veilig te voelen, moet onderzoek gedaan worden naar de oorzaak daarvan en moeten passende maatregelen getroffen worden.

Veiligheid

Wij willen graag dat iedereen zich veilig voelt op school. Daarom wordt jaarlijks de veiligheidsmonitor afgenomen. De veiligheidsmonitor bestaat uit een aantal vragen voor leerlingen, ouders, leraren en specialisten om het gevoel van veiligheid van leerlingen in kaart te brengen. Om het jaar wordt deze vragenlijst tegelijk afgenomen met het CEO, het andere jaar is de veiligheidsmonitor een losse vragenlijst.

Binnen iedere rubriek is een aantal stellingen aan de leerlingen voorgelegd. De leerlingen konden op een vierpuntsschaal aangeven in hoeverre ze het met de stelling eens of oneens waren (1 = oneens, 4 = eens). De stellingen in de laatste rubriek zijn negatief geformuleerd en hebben een omgekeerde antwoordschaal van ‘nooit’ tot ‘altijd’). Een lagere score op deze schaal geeft aan dat de leerlingen een hogere sociale veiligheid ervaren. Deze resultaten zijn voor het maken van de bovenstaande grafieken omgezet zodat de resultaten goed te vergelijken zijn.

 

Om rekening te houden met de mogelijkheden van al onze leerlingen zijn vier versies van de vragenlijst voor leerlingen beschikbaar:

 

  • een versie met de vragen en tekst;
  • een voorgelezen versie met tekst;
  • een versie met op elke pagina één vraag ondersteund door NmG;
  • een versie met op elke pagina één vraag met NGT.

 

Daarnaast is sinds 2020 voor het eerst gewerkt met een aparte afname voor de leerlingen van groep 1 tot en met 4. Bij deze groep leerlingen gaat een onderwijsassistent in gesprek met de leerlingen (individueel) om zo samen een aangepaste versie van de vragenlijst in te vullen.

De rubriek ‘Veiligheid’ gaat over zaken zoals leerlingen voelen zich veilig, de sfeer op school is goed en de school pakt negatief (pestgedrag) aan. Dit cijfer is stabiel en goed.

 

Het onderdeel ‘Sociale veiligheid’ gaat over zaken die gaan over het gedrag (ook op sociale media) van leerlingen onderling. Hieronder valt ook pesten. In de getallen zien wij een lichte achteruitgang en dat is niet wat wij als school willen.

 

Acties ter verbetering:

 

  • In het afgelopen jaar zijn wij gestart met het laten organiseren van activiteiten op het schooljaar. Dit gaan wij volgend jaar ook weer een periode voortzetten.
  • Verder zullen wij met het personeel de manier van toezicht houden bespreken. De werkgroep “pedagogisch klimaat” gaat hiervoor een voorstel doen.
  • Ook zullen wij op een studiedag het onderdeel Sociaal Emotionele Vorming met het team bespreken en evalueren.
  • Bij de volgende afname zullen wij leerlingen erop wijzen dat de negatief geformuleerde vragen (die lastig zijn voor onze doelgroep en staan tussen andere positief gestelde vragen) goed ingevuld worden, zodat het beeld helder is.

Uitstroom en bestendiging

Wij houden bij naar welk niveau onze leerlingen uitstromen. Ook houden we bij of leerlingen uitstromen volgens de verwachte uitstroombestemming in het ontwikkelingsperspectief en of leerlingen twee jaar na het uitstromen nog steeds op dezelfde bestemming zitten (bestendiging). Deze gegevens worden jaarlijks door de Onderwijsinspectie uitgevraagd over het afgelopen schooljaar.

 

Jaarlijks stromen leerlingen uit ons onderwijs met name uit naar het regulier onderwijs, het speciaal onderwijs of het (speciaal) voortgezet onderwijs. Wanneer een leerling vóór het einde van groep 8 uitstroomt, spreken we van tussentijdse uitstroom. Het streven is om zo veel mogelijk leerlingen, wanneer zij daaraan toe zijn, tussentijds uit te laten stromen naar het regulier basis onderwijs in het kader van passend onderwijs. In sommige gevallen stroomt een leerling tussentijds uit naar een andere school voor speciaal onderwijs. Een leerling kan bijvoorbeeld vanwege een verhuizing naar een andere school moeten, of er wordt geconstateerd dat de leerling beter op zijn plek is op een school voor bijvoorbeeld leerlingen met ernstige gedragsstoornissen en/of psychiatrische problematiek.

 

Uitstroombestemmingen

In schooljaar 2019-2020 zijn in totaal 23 leerlingen uitgestroomd. Hiervan zijn 4 leerlingen tussentijds uitgestroomd. Van deze leerlingen is 50% uitgestroomd naar het regulier onderwijs (basisonderwijs en speciaal basisonderwijs). (Voor de doelgroep TOS is het streven dat 75% van de leerlingen tussentijds uitstromen, voor de populatie D/SH is deze ambitie niet door Auris gesteld)

Naast de tussentijdse uitstroom, wordt ook de einduitstroom in kaart gebracht. In 2019-2020 zijn 19 leerlingen uitgestroomd vanuit groep 8. Het grootste deel van de leerlingen (32%) is vertrokken naar het vso arbeid/praktijkgericht onderwijs. De school heeft de ambitie dat de helft van de leerlingen naar het praktijkonderwijs gaat en de andere helft naar minimaal vmbo bbl+kbl. Dit jaar is 37% naar praktijkonderwijs gegaan en 32% naar minimaal vbmo bbl+kbl. De ervaring leert dat leerlingen met een hoger uitstroomperspectief al op jongere leeftijd onze school verlaten naar het regulier onderwijs.

Het is op onze school onmogelijk om leerstandaarden vast te stellen omdat het om veel variatie gaat in een kleine doelgroep. De variatie betreft onder andere het volgende:

 

  • De oorzaak van de auditieve beperking: gehoorverlies kan veroorzaakt worden door een grote verscheidenheid van oorzaken en elke daarvan kan specifieke gevolgen hebben voor de ontwikkeling van een kind.
  • Ernst van de auditieve beperking (doof of slechthorendheid).
  • Toegankelijkheid tot taal (gesproken en/of gebarentaal).
  • Voorschoolse opvang.
  • Intelligentie (verbale versus non-verbale intelligentie*).
  • Hoorapparaat (conventioneel, of CI 1 of 2 Cis) en wat het oplevert.
  • Werk- en leerhouding.
  • Gedrag.
  • Thuissituatie.
  • Bijkomende beperkingen: 40% van de dove en slechthorende kinderen (met een CI) heeft naast hun auditieve beperking ook een andere beperking (Van Wieringen, 2013; Archbold, 2015).

 

*) Bij een groot aantal leerlingen is het niet mogelijk om de talige (verbale) onderdelen af te nemen. In dat geval wordt alleen de niet-talige intelligentie gemeten. Talige functioneren is een belangrijk onderdeel van het (schoolse) functioneren. Wanneer verbale delen niet afneembaar zijn, kan daardoor het intelligentie getal (I.Q.) vertekend zijn.

 

De variatie in de groep kan voor slechts 50% verklaard worden door factoren als betrokkenheid van ouders of leeftijd van implantatie of de generatie van de processor, voor 50% is onbekend waardoor de variatie ontstaat (Van Wieringen, 2013).

 

Een ander probleem is de grillige leeftijdsopbouw van de leerlingpopulatie. Er zitten bijvoorbeeld slechts drie leerlingen in groep 7, of het ene jaar zijn er zes dove en drie slechthorende leerlingen in groep 3 en het volgende jaar slechts vier slechthorende leerlingen van wie er twee een MG-indicatie hebben gekregen.

 

Tot slot is het zo dat de school twee typen onderwijsaanbod kent; het reguliere aanbod en het praktijkaanbod. In de reguliere groepen kunnen leerlingen zitten in de gevorderde-, basis- of minimum uitstroombestemming. In de praktijkgroepen zitten leerlingen met de uitstroombestemming minimum of praktijkroute vso. Het aantal leerlingen per groep is te klein om er verantwoorde standaarden voor vast te kunnen stellen op basis van toetsresultaten.

 

Uitstroombestemming volgens OPP

Wij houden bij of de uitstroombestemming overeenkomt met de verwachting in het ontwikkelingsperspectief van twee jaar geleden. In schooljaar 2019-2020 is 100% van de (einduitstroom-)leerlingen uitgestroomd volgens het uitstroomperspectief van twee jaar eerder. De ambitie is dat minstens 75 % van de leerlingen uitstroomt volgens het perspectief. Dat is dit jaar, net als vorig jaar, ruim behaald.

* Dit schooljaar is enkel de einduitstroom meegenomen, in tegenstelling tot eerdere jaren waar ook de tussentijdse uitstroom is meegenomen.

 

Bestendiging

Tot slot hebben we in kaart gebracht of de leerlingen die in schooljaar 2018-2019 zijn uitgestroomd, op 1 oktober 2020 nog steeds op dezelfde bestemming zitten als waarnaar zij zijn uitgestroomd. Van 100% van de leerlingen weten we dat zij bestendigd zijn. De school streeft naar minimaal 90% bestendiging en heeft dit ruim behaald.

Conclusies en actiepunten

Conclusies: Wij zijn er goed in geslaagd om het uitstroomniveau van leerlingen 2 jaar van te voren te voorspellen. Leerlingen die onze school verlaten, zitten na 2 jaar nog goed op hun plek in het vervolgonderwijs. Wij denken dat dit mede komt doordat ouders 2 keer per jaar aanwezig zijn in onze CvL bespreking. Ouders kennen hun kind het best en daarom worden meegenomen in de beslissing welke leerroute (en de daarbij behorende uitstroombestemming) wordt vastgesteld. Samen met ouders bespreken wat school en ouders kunnen doen om het uitstroomniveau zo hoog mogelijk te maken. Wij zijn trots op onze ouders en de samenwerking die wij hebben.

 

Actiepunten: De bestendiging is uitstekend en dat willen wij graag zo houden. Wij gaan dan ook verder met de aanwezigheid van ouders in onze CvL besprekingen. Om een zo hoog mogelijk uitstroomniveau te verkrijgen willen wij:

 

  • Doelgericht lesgeven.
  • Effectief les geven, waarin leerlingen actief leren.
  • Van onze lesmethodes bezien of ze effectief zijn.
  • Leerlingen meer eigenaar maken van (eigen) leren.

SCOL

In groep 1 tot en met 8 toetsen we met behulp van de SCOL (Sociale Competentie Observatielijst) de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Dit is een vragenlijst die door de leraar per kind wordt ingevuld. We onderzoeken of de kinderen prettig in de groep functioneren. Daarnaast onderzoeken we de relatie tussen de leraar en het kind en de kinderen onderling. Ook het gevoel van veiligheid dat kinderen binnen de school en binnen de groep ervaren wordt onderzocht. We bespreken de uitkomsten van de SCOL jaarlijks binnen het team.

 

De schoolambitie van de SCOL is dat van de reguliere groepen 70% een score van C/IV haalt.

 

  • In 2017-2018 heeft 73% van de leerlingen een C/IV gehaald
  • In 2018-2019 heeft 71,6% van de leerlingen een C/IV gehaald
  • In 2019 2020 heeft 57 % van de leerlingen tenminste een C/IV gehaald.
  • In 2020 2021 heeft 70% van de leerlingen tenminste een C/IV gehaald.

Inspectie

De onderwijsinspectie kent een viertal onderzoeken. Hierover is meer informatie te vinden op de website van de onderwijsinspectie. De Dr. M. Polanoschool heeft in november 2018 van de inspectie de kwalificatie ‘Goed’ gekregen. De school voldoet daarmee aan de wettelijke eisen en stelt en behaalt daarnaast school eigen kwaliteitsdoelen op overtuigende wijze. In 2019 heeft de Dr. M. Polanoschool het predicaat Excellente School ontvangen. De jury is onder de indruk van de inzet en de betrokkenheid van de schoolleiding en medewerkers van de school die als voorbeeld kunnen dienen voor andere scholen.

Leeropbrengsten

Elke twee jaar doet Auris een onderzoek bij al haar scholen naar de leeropbrengsten. De leeropbrengsten worden in kaart gebracht door te kijken naar de scores die leerlingen halen voor technisch lezen (LDM), begrijpend lezen (LBL), spelling (LSP), rekenen-wiskunde (LRA) en woordenschat (PEA). De resultaten worden vergeleken met de resultaten van voorgaande jaren en het gemiddelde van Auris.

 

De open lijn laat het gemiddelde resultaat van alle Auris-scholen zien, de dichte lijn geeft de resultaten van de Dr. M. Polanoschool weer.

De doelgroep van de Dr. M. Polanoschool is niet te vergelijken met de doelgroep van alle andere Auris-scholen. Daarom is het meer gepast om de resultaten te vergelijken met de resultaten van het vorige onderzoek (2016) in plaats van het gemiddelde van Auris.

 

Met name de stijging voor rekenen-wiskunde valt op. Deze stijging kan komen door de inzet van de nieuwe methode Wereld in Getallen, daarnaast kunnen nu ook de Cito-toetsen in NmG en NGT worden afgenomen. Dit heeft mogelijk een positief effect op de resultaten.

 

Ook is voor begrijpend lezen en spelling een stijgende lijn te zien. Er is meer gebruik gemaakt van Nieuwsbegrip, zelfgemaakte gebaren, de Zaken van Zwijssen en er is sprake van een toename van incidenteel leren.

Interne audits

Minimaal elke vier jaar vindt een interne audit op de school plaats. Het auditteam komt dan langs op de school en onderzoekt of de school werkt volgens de goede procedures. De laatste interne audit heeft plaatsgevonden in 2017. De volgende interne audit zal plaatsvinden in november 2021.

 

De school is positief beoordeeld en heeft op elk onderdeel een voldoende of goed gescoord. De interne auditoren hebben een school gezien die binnen Auris een speciale plaats inneemt, vanwege de doelgroep van dove- en slechthorende leerlingen die veelal (65% van de leerlingen) meerdere beperkingen hebben en/of verstandelijk op een laag niveau functioneren. De school doe ter alles aan om deze leerlingen zo goed mogelijk les te geven en te begeleiden. De sfeer is warm en open, er wordt door de hele school gecommuniceerd in het Nederlands met en zonder Gebaren en in de Nederlandse Gebarentaal en de school laat zien dat zij voortdurend bezig is zich te verbeteren.

Professionalisering

De ontwikkeling van onze medewerkers staat niet stil. Intern organiseren wij verschillende bijeenkomsten, daarnaast nemen onze medewerkers ook actief deel aan diverse externe cursussen en opleidingen. Er is doorlopend aandacht voor de ontwikkeling van NmG en NGT van de professionals. Ook volgen wij door workshops de laatste ontwikkelingen op het gebied van gehoorapparatuur. Er is continu aandacht voor kwalitatief goed onderwijs waaronder de technieken van ‘Directe Instructie’, ‘Teach like a Champion’ en het geven en ontvangen van feedback. Daarnaast volgen veel collega’s individuele cursussen op verschillende vakgebieden.

Professionalisering heeft extra aandacht omdat de afgelopen jaren ouder en ervaren personeel is gestopt met werken. 50% van het personeel op school werkt 5 jaar of korter op onze school. Dit vraagt een extra inzet op nascholing en proffesionalisering.